Voordat een zakelijke batterijopslag op uw terrein komt te staan, wilt u drie dingen zeker weten: mag het, is het brandveilig en blijft uw pand verzekerbaar. De brandveiligheid van batterijopslag draait om PGS 37-1, de richtlijn voor stationaire energieopslagsystemen. Daaromheen liggen twee poorten die een plan kunnen vertragen: een melding of vergunning onder de Omgevingswet en de eisen van uw verzekeraar. In dit artikel zetten we die drie sporen nuchter op een rij, met de concrete grenzen en afstanden die ertoe doen. Zo weet u vooraf waar u aan toe bent in plaats van achteraf.
PGS 37-1 of PGS 37-2: welke norm geldt voor uw bedrijfsbatterij?
Er bestaan twee verwante richtlijnen die in de praktijk vaak door elkaar lopen. PGS 37-1 gaat over stationaire energieopslagsystemen, ofwel een vast opgestelde batterij die u inzet voor netcongestie, peakshaving of zelfconsumptie. PGS 37-2 gaat juist over de opslag van losse lithiumhoudende energiedragers zoals cellen, accu's, e-bikes en elektrische voertuigen, bijvoorbeeld in een magazijn. Voor een batterij op uw eigen terrein is dus PGS 37-1 het kader, niet 37-2.
Het onderscheid is geen formaliteit. De juiste norm bepaalt de eisen aan brandscheiding, onderlinge afstanden, detectie en de inspectie bij oplevering. Wie zich op de verkeerde richtlijn baseert, ontwerpt een installatie die later alsnog moet worden aangepast.
PGS 37-1 is van toepassing op een systeem met een totaal opgestelde, onderling gekoppelde capaciteit van meer dan 20 kWh. In de praktijk valt daarmee vrijwel elke zakelijke installatie binnen de norm. Een batterij die u inzet tegen netcongestie of voor peakshaving begint al snel bij enkele tientallen kWh en zit daar dus ruim boven.
Wettelijke status in 2026: nu richtlijn, per 2027 verplicht
In 2026 is PGS 37-1 formeel nog een richtlijn en geen wet. Toch hanteren omgevingsdiensten, gemeenten en verzekeraars de norm in de praktijk al als toetsingskader. U ontkomt er dus nu al niet aan, ook al staat de letterlijke verplichting nog niet in een wettekst.
Dat verandert per 1 januari 2027. Dan worden PGS 37-1 en PGS 37-2 verankerd in de Omgevingswet, concreet in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De internetconsultatie van dat wetsvoorstel startte op 27 maart 2026 en liep tot 28 april 2026. Vanaf de inwerkingtreding zijn de eisen wettelijk afdwingbaar en kan het bevoegd gezag erop handhaven.
Voor bestaande installaties geldt een overgangstermijn van maximaal twee jaar. Nieuwbouw moet echter direct voldoen. Het praktische advies is daarom helder: ontwerp nu al PGS 37-1-conform. Zo voorkomt u dubbel werk, een herinrichting van de opstelling of handhaving op een installatie die u net heeft laten plaatsen.
Melding of omgevingsvergunning: wat heeft u nodig?
Onder de voorgenomen Bal-regels geldt voor een energieopslagsysteem boven 20 kWh een meldingsplicht. U meldt de installatie minimaal vier weken voor aanvang bij het bevoegd gezag. Een melding is geen vergunning: het is een kennisgeving waarmee de overheid de installatie kan toetsen aan de geldende eisen.
Een volledige omgevingsvergunning is pas aan de orde bij grote systemen. Die drempel ligt bij energieopslagsystemen vanaf 50 MWh, bij batterijparken van gekoppelde systemen vanaf 400 MWh, of bij energiedragers met een andere dan lithiumchemie. Voor de meeste MKB- en sectorbatterijen, van tientallen kWh tot enkele MWh, volstaat doorgaans een melding en is geen volledige vergunningprocedure nodig.
Houd er rekening mee dat het bevoegd gezag de veiligheidsregio en de brandweer bij de beoordeling betrekt. Risicoafstanden, bereikbaarheid voor hulpdiensten en bodembescherming spelen daarin mee. Bevestig de exacte route altijd bij uw omgevingsdienst, want een gemeentelijk omgevingsplan kan aanvullende eisen stellen. Wilt u eerst weten of uw locatie in een knelpuntgebied ligt, dan geeft de Netcongestie-Scan daar snel inzicht in.
Brandveiligheidseisen uit PGS 37-1 in de praktijk
De kern van PGS 37-1 is het beheersen van een eventuele thermal runaway en het voorkomen dat een brand overslaat. Een energieopslagsysteem moet ten minste 60 minuten brandwerend zijn tot de erfgrens, tot een ander bouwwerk of tot brandbare objecten. Als alternatief volstaat 10 meter afstand. Ligt de afstand tussen 5 en 10 meter, dan is 30 minuten brandwerendheid voldoende.
Bij binnenopstelling stelt de norm zwaardere eisen. U heeft een gasdetectiesysteem nodig dat continu aanstaat en koolmonoxide detecteert met kruisgevoeligheid voor waterstof, conform NEN-EN 45544-4. Daarnaast geldt een ventilatie-eis van minimaal tweemaal het bruto ruimtevolume per uur. Die voorzieningen zijn nodig omdat gassen die bij een celstoring vrijkomen, zich in een gesloten ruimte kunnen ophopen.
De temperatuurbewaking ligt bij het batterijmanagementsysteem. Een goed BMS bewaakt de temperatuur op cel-, rack- en kastniveau en grijpt in voordat een afwijking escaleert. Buitenopstelling heeft om al deze redenen sterk de voorkeur: de eisen zijn lager, de impact op het pand is kleiner en de verzekerbaarheid is beter. De Deye GE-serie die wij leveren werkt met LFP-chemie, die inherent stabieler is dan NMC.
Verzekerbaarheid: wat uw verzekeraar verwacht
Verzekeraars beoordelen de verzekerbaarheid van een batterij op aantoonbare naleving van PGS 37-1 en NEN 1010, aangevuld met periodieke inspecties. Zonder die onderbouwing kan een verzekeraar dekking weigeren of zware voorwaarden stellen. Het loont dus om de compliance vanaf het begin op orde te hebben en vast te leggen.
Voor systemen boven 100 kWh vragen verzekeraars doorgaans om een brandbeheersingssysteem. Buitenopstelling met minimaal 10 meter afstand tot gebouwen heeft de voorkeur en leidt tot gunstigere voorwaarden. Een certificering op systeemniveau, zoals UL 9540A, geeft de laagste risicoklasse en daarmee vaak een lagere premie. Binnenopstelling kan, maar gaat gepaard met strengere eisen en hogere kosten.
Vrijwel altijd verwacht een verzekeraar ook een noodplan of aanvalsplan voor de brandweer en een onderhouds- en inspectielogboek. Dat logboek toont aan dat de installatie niet alleen bij oplevering, maar gedurende de hele levensduur aan de norm blijft voldoen. Wat de investering en de bijkomende voorzieningen samen kosten, leggen we uit in ons artikel over de kosten van een zakelijke batterij in 2026.
Inspectie en oplevering: PGS 37-1, NEN 1010 en NEN 4288
Bij oplevering vindt een EOS-inspectie plaats die de installatie als geheel beoordeelt. Die inspectie steunt op drie pijlers: PGS 37-1 voor de brandveiligheid en noodvoorzieningen, NEN 1010 voor de elektrische veiligheid en NEN 4288 voor het beheer en gebruik van het systeem. De installatie wordt nadrukkelijk in samenhang met de omgeving getoetst, inclusief de werking van het BMS.
Een onafhankelijke keuring, bijvoorbeeld door een SCIOS-erkend bureau, versterkt zowel uw vergunning- als uw verzekeringspositie. Het is het bewijs dat een externe partij heeft vastgesteld dat de installatie aan alle eisen voldoet. Datzelfde rapport gebruikt u later bij periodieke herkeuringen.
Zorg dat de documentatie compleet is: de juiste pictogrammen op de installatie, een noodplan voor de hulpdiensten, het inspectierapport en een logboek met de onderhouds- en inspectiehistorie. Die papieren hoort net zo goed bij de oplevering als de hardware zelf.
Hoe Nova-Cell de compliance uit handen neemt
Wij leveren de Deye GE-serie met geïntegreerde hybride omvormers en LFP-chemie, die stabieler is dan NMC en standaard is voorzien van een BMS dat op cel-, rack- en kastniveau bewaakt. Engineering, levering en installatie verlopen uit een hand, zodat brandscheiding, risicoafstanden en detectie al vanaf de tekentafel in het ontwerp zitten in plaats van als losse aanpassing achteraf.
Waar mogelijk kiezen we voor buitenopstelling en onderbouwen we de risicoafstanden, zodat uw melding en uw verzekeraar daar direct mee uit de voeten kunnen. We ondersteunen bij de melding, de EOS-inspectie en de bijbehorende documentatie, zodat de installatie verzekerbaar en handhavingsbestendig is. Voor agrarische bedrijven en vakantieparken werken we sectorspecifiek, met een opstelling die bij het terrein en de bedrijfsvoering past.
Onze installaties lopen uiteen van de GE-F60 met 61 kWh tot de GE-F240 met 241 kWh bij 121 kW, parallel uit te breiden tot 2,57 MWh. Op de cellen geldt 10 jaar garantie en 6.000 cycli bij 90 procent ontladingsdiepte. Met meer dan 10 MW geïnstalleerd vermogen en jaren ervaring in de batterijmarkt weten we welke eisen een omgevingsdienst en een verzekeraar in de praktijk stellen.
Veelgestelde vragen
Heb ik een omgevingsvergunning nodig voor een zakelijke batterij?
Voor de meeste zakelijke energieopslagsystemen volstaat onder de voorgenomen Bal-regels een melding: boven 20 kWh en minimaal vier weken voor aanvang. Een volledige omgevingsvergunning is pas verplicht bij zeer grote systemen vanaf 50 MWh, bij batterijparken vanaf 400 MWh of bij een andere dan lithiumchemie. Bevestig de route altijd bij uw omgevingsdienst, want een gemeentelijk omgevingsplan kan aanvullende eisen stellen.
Wat is het verschil tussen PGS 37-1 en PGS 37-2?
PGS 37-1 gaat over stationaire energieopslagsystemen zoals een bedrijfsbatterij op uw terrein. PGS 37-2 gaat over de opslag van losse lithiumhoudende energiedragers zoals cellen, accu's, e-bikes en elektrische voertuigen, bijvoorbeeld in een magazijn. Voor een netcongestie- of peakshavingbatterij is PGS 37-1 het juiste kader.
Is PGS 37-1 al wettelijk verplicht in 2026?
In 2026 is PGS 37-1 formeel nog een richtlijn, maar omgevingsdiensten, gemeenten en verzekeraars hanteren hem in de praktijk al als norm. Verankering in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving is voorzien per 1 januari 2027, met een overgangstermijn van maximaal twee jaar voor bestaande installaties. Nieuwbouw doet er goed aan nu al conform te ontwerpen.
Blijft mijn bedrijfspand verzekerbaar met een batterij?
Ja, mits u aantoonbaar voldoet aan PGS 37-1 en NEN 1010 en periodieke inspecties laat uitvoeren. Verzekeraars geven de voorkeur aan buitenopstelling met minimaal 10 meter afstand en aan certificering op systeemniveau zoals UL 9540A. Binnenopstelling is mogelijk, maar leidt tot strengere voorwaarden en hogere premies.
Moet de batterij binnen of buiten staan?
Buitenopstelling heeft sterk de voorkeur: lagere brandveiligheidseisen, geen verplichte gasdetectie en ventilatie binnen het pand en een betere verzekeringspositie. PGS 37-1 vraagt buiten om 60 minuten brandwerendheid tot de erfgrens of een ander bouwwerk, of 10 meter afstand als alternatief, met 30 minuten bij een afstand tussen 5 en 10 meter.
Welke inspectie is nodig voor oplevering?
Een EOS-inspectie op basis van PGS 37-1, NEN 1010 en NEN 4288, waarbij de hele installatie inclusief BMS, brandveiligheid, afstanden en noodvoorzieningen wordt getoetst. Een onafhankelijke, bijvoorbeeld SCIOS-erkende, keuring versterkt zowel uw vergunning- als uw verzekeringspositie en levert het rapport dat u bij latere herkeuringen gebruikt.
Doe de Netcongestie-Scan
Wij combineren engineering, levering en installatie uit een hand. Bekijk uw situatie of leg uw vraag direct bij ons neer.